Print deze werkafspraak

CVA Revalidatiegeneeskunde

Algemeen

Poliklinisch revalidatietraject CVA volgt op ontslag van de stroke-unit of na een klinisch revalidatietraject (zie ook Neurologie CVA).
Binnen één week na ontslag van de stroke-unit start een multidisciplinair revalidatieprogramma met fysiotherapie, ergotherapie en begeleiding van maatschappelijk werk en zonodig logopedie en psychologie.

Bij blijvende restverschijnselen van een CVA kan de huisarts verwijzen naar de revalidatiearts: achteruitgang loopfunctie,  contracturen van arm of been, spasticiteit van arm of been, cognitieve problemen, spraakstoornissen of psychosociale problematiek (angst voor herhaling, problemen met werkhervatting).

Verwijscriteria

  1. De revalidatiearts stelt de indicatie tijdens opname op de stroke-unit.
  2. Verwijzing bij blijvende restverschijnselen:
    achteruitgang loopfunctie,  contracturen van arm of been, spasticiteit van arm of been,  cognitieve problemen, spraakstoornissen of psychosociale problematiek (angst voor herhaling, problemen met werkhervatting).

 

Huisarts

  1. Wordt betrokken bij revalidatie belemmerende co-morbiditeit.
  2. Stuurt verwijsbrief via Zorgdomein (belangrijk om mobiel telefoonnummer van patiënt te vermelden).

Bij algemene vragen contact opnemen met de dienstdoende revalidatiearts (via 033-8508701).

 

Patiƫnt

Wordt schriftelijk danwel telefonisch opgeroepen door poli revalidatiegeneeskunde en krijgt een herinnerings SMS 1 dag voor de afspraak indien mobiele telefoonnummer in Meander systeem bekend is.

Revalidatiearts

  • Brief met behandelplan na eerste polibezoek. Bij veranderingen volgt tussentijds bericht.
  • Brief bij afsluiten revalidatietraject.
     

Bron en samenstellers

Bron: NHG-standaard CVA 2004 (in herziening),  LTA TIA/CVA (2004), CBO richtlijn Diagnostiek, behandeling en zorg voor patiënten met een beroerte (2008)
Deze werkafspraak is herzien door: J. Stolwijk, revalidatiearts (MeanderMC) en I.C. Tchaoussoglou, huisarts/medisch coördinator (MCCE)